bekijk

José wil geen mooie duurzaamheidspraatjes. Ze wil gewoon dat we minder spullen kopen.

Circulariteit begint niet in een strakke boardroom met een gelikte PowerPoint, een hippe havercappuccino en een overvloed aan Engelse vaktermen. Als je het José Albring van Asito vraagt, begint het ergens heel anders. In een wilde achtertuin vol inheemse planten. Bij een kapotte bureaustoel. Of bij een ogenschijnlijk simpele schoonmaakhandschoen. “We praten er vaak veel te moeilijk over. Uiteindelijk komt het neer op één ding: we moeten af van dat blinde consumeren.”

Sommige mensen rollen het duurzaamheidsvak in via een dik theorieboek. Bij José ging het anders. Bij haar begon het buiten. Ze is een natuurmens in hart en nieren. Iemand die oplet. Die rust vindt tussen de bomen en ziet wat er groeit, wat er verdwijnt en wat er uit balans raakt. Thuis vertaalt zich dat in een tuin vol inheemse planten, speciaal aangelegd om insecten en vogels een veilige haven te bieden. Een klein, tastbaar verzet tegen een wereld die steeds meer geasfalteer, strak en efficiënt wordt.

Die intuïtieve liefde voor de wereld om haar heen, nam ze mee naar haar werk bij Asito. Toen ze jaren geleden de overstap maakte van de binnendienst naar de operatie op de vloer bij grote corporates, zag ze pas écht hoeveel materialen er in de schoonmaak omgaan. Emmers, doekjes, plastic zakken, liters water. “Daar begon het te kriebelen,” vertelt ze met een twinkeling in haar ogen. “Ik was thuis al bezig met afval scheiden, vegetarisch én zoveel mogelijk biologisch eten, maar op de werkvloer dacht ik: hier kan ik écht impact maken. Hier kan ik het verschil maken op grotere schaal.”

Vandaag de dag is duurzaamheid niet meer haar hobby; het is haar baan. En in de Week van de Circulaire Economie schuift ze niet aan om een hosanna-verhaal te houden. José is namelijk allergisch voor de term ‘greenwashing’. Ze wil het eerlijke verhaal vertellen. Want dat schuurt soms best een beetje.

Wat is circulariteit nou écht? (Hint: het is meer dan afval scheiden)

Iedereen gooit tegenwoordig met het woord ‘circulair’. Vaak is het gewoon ouderwets afval scheiden, maar dan met een hippe marketingstrik eromheen. Wat is het dan wél, José?

“Mensen denken vaak dat afval scheiden al circulair is,” zegt ze beslist. “Maar het gaat over drie fases. De voorkant, de levensduur, en de achterkant. Neem een schoonmaakemmer. Aan de voorkant willen we dat die voor minimaal tachtig procent uit niet-fossiele en/of, gerecyclede grondstoffen bestaat. Maar dan de levensduur: als we een doekje maken van honderd procent gerecycled materiaal, maar dat doekje valt na vijftig wasbeurten uit elkaar… hoe circulair ben je dan? Helemaal niet! Je product moet hárd werken en lang meegaan. En de achterkant? Wat wordt het daarna? Kunnen we er weer een nieuw, gelijkwaardig product van maken? Pas als dát cirkeltje rond is, mag je jezelf een schouderklopje geven.”

De handschoen en de (hardnekkige) mens

Bij Asito maken ze dat stap voor stap concreet. Niet met grootspraak, maar met keuzes in de praktijk. Neem bedrijfskleding. Vroeger was het simpel: medewerker uit dienst, kleding de afvalbak in. Nu neemt Asito die kleding in. Het wordt professioneel gewassen, gecontroleerd en krijgt een tweede leven bij een nieuwe collega. Waarom zou je iets weggooien dat nog prima is?

En dan is er de circulaire handschoen, de Gloovy. Een schijnbaar klein product, maar een gigantische operatie. “Je wilt niet weten wat daarachter wegkomt,” lacht José hardop. “Het probleem is namelijk niet de handschoen zelf. Het probleem is de mens! Wij moeten onze medewerkers afleren om het na gebruik achteloos in de restafvalbak te gooien. We zamelen ze nu apart in, zodat we er een nieuwe bestemming voor kunnen vinden. Maar gedragsverandering is taai. Dat win je niet met één postertje in de werkkast. Dat is herhalen, herhalen, herhalen. Totdat het de normaalste zaak van de wereld is.”

Het eerlijke (en soms pijnlijke) verhaal

José praat makkelijk, vol vuur en passie. Maar wie goed luistert, hoort ook de frustratie. Ze wordt oprecht verdrietig als ze ziet hoe de biodiversiteit achteruit holt. En ze kan ronduit boos worden op de systemen die we met z'n allen in stand houden.

“Kijk, ik zie fantastische initiatieven in de markt. Maar ik zie óók dat plastic-recyclebedrijven failliet gaan omdat nieuw, fossiel plastic uit Azië simpelweg goedkoper is. Bedrijven willen wel, maar uiteindelijk draait het nog altijd om de euro's. Wetgeving is gewoon keihard nodig om bedrijven te dwingen.”

En soms, zo geeft ze eerlijk toe, bijt circulariteit zich vast in andere duurzame doelen. “Stel: we willen lege verpakkingen terughalen om ze circulair te verwerken. Dat betekent wel dat er een vrachtwagen moet gaan rijden om dat op te halen én dat het verwerkt moet worden tot granulaat. Dat heeft impact op je CO2-uitstoot. Duurzaamheid is geen sprookje waarin alles in één keer perfect is. Je moet keuzes maken, pionieren, en accepteren dat de weg naar honderd procent circulair met hobbels komt.”

Vliegen naar Rome? Bizar!

Haar enthousiasme en gedrevenheid komt ook naar voren als het over ons eigen gedrag gaat. Als de interviewer (iets te bijdehand) oppert dat grote jongens als Shell eerst maar eens moeten veranderen voordat wij onze vakantievluchtjes opgeven, is het ongeloof van haar gezicht af te lezen.

“Nee! Daar ben ik het dus fundamenteel mee oneens.” zegt ze. “Natuurlijk moeten die grote bedrijven aangepakt worden. Maar wij consumenten wijzen veel te makkelijk naar een ander om ons eigen comfort goed te praten. Dertig jaar geleden gingen we niet voor een weekendje citytrippen naar Rome. Dat kon helemaal niet. En waren we toen minder gelukkig? Welnee, dan ging je naar het strand of met de auto naar Antwerpen. Het is toch te bizar voor woorden dat we voor dertig euro Europese citytrips kunnen maken? Daar moet echt een eind aan komen.

Ze is streng voor de maatschappij, maar net zo streng voor zichzelf. Dat levert soms maar herkenbare interne worstelingen op. “Zo worden we regelmatig uitgenodigd voor leveranciersbezoeken in het buitenland. Mijn eerste reactie? leuk! Maar nog geen seconde later denk ik: wacht even José… wat valt daar op het gebied van duurzaamheid te halen? Kan ik er ook met de trein heen? Als ik het niet kan verantwoorden, ga ik niet.

Wat we morgen anders kunnen doen

Waar hoopt de Asito-duurzaamheidsmanager dat we over vijf jaar staan? Ze droomt van een systeemverandering. “We moeten eigenlijk af van het hele concept van 'kopen'. Naar pay-per-use. Dat de fabrikant eigenaar blijft van de schoonmaakmaterialen en -machines, dat onderdelen makkelijk te vervangen zijn en dat ze het na gebruik weer innemen om te refurbishen. Pas dan is het in hun eigen financiële belang om spullen te maken die lang meegaan.”

Tot die tijd heeft José één mooi, maar loepzuiver advies voor al haar collega's, partners en iedereen die dit leest tijdens de Week van de Circulaire Economie:

“Koop. Gewoon. Minder. Voel je de impuls om de stad in te gaan om lekker te shoppen? Zoek een andere leuke afleiding. Organiseer een kledingruil avondje met vriendinnen. Word je online verleidt tot het doen van een aankoop? Stel jezelf de vraag heb ik dit echt nodig? Vermijd impulsaankopen. Geef jezelf een paar dagen bedenktijd. Wiebelt de poot van je stoel? Repareer hem in plaats van een nieuwe te bestellen. Leen spullen die je maar zelden nodig hebt. En zie geen beren op de weg, maar begin gewoon klein. Want elke handschoen die niet in de prullenbak belandt, en elke stoel die je niet nieuw koopt, is een overwinning op het oude systeem.”

José haalt adem en lacht dan weer breeduit. De strijd is nog lang niet gestreden, maar als het aan haar ligt, wordt hij in elk geval met passie, gezond verstand en een flinke dosis eerlijkheid gevoerd.

Meer weten over onze duurzaamheidsambitie?

Neem contact op met José Albing, manager duurzaamheid.

06 1153 3924
j.albring@asito.nl
deel dit bericht op
algemeen
duurzaamheid